De computer leest voor Een kansrijke vernieuwing in kleuterklassen

Uit woorden.wiki.kennisnet.nl
Ga naar: navigatie, zoeken

De computer leest voor Een kansrijke vernieuwing in kleuterklassen Smeets, D.J.H. & A.G. Bus Delft: Eburon, 2009 p. 34


Vraagstelling In dit onderzoek is getest of sessies met digitale prentenboeken bijdragen aan de woordenschat van kleuters. Verder is onderzocht of toegevoegde kenmerken van prentenboeken, zoals video in plaats van statische illustraties en meerkeuzevragen of definities, een waardevolle toevoeging zijn en de woordenschatontwikkeling extra bevorderen. Telkens zijn 'levende' boeken (verhalen met geanimeerde video-effecten) vergeleken met statische verhalen (verhalen met statische illustraties).

Volgende onderzoeksvragen zijn nagegaan:

Vergroot herhaald lezen van een serie digitale verhalen de boekgebonden woordenschat? Resulteren videoverhalen in meer groei in woordenschat dan verhalen met alleen statische illustraties? Profiteren kinderen naarmate zij zwakker zijn in taal, meer van geanimeerde verhalen? Resulteert het toevoegen van meerkeuzevragen in meer groei in woordenschat waarop de vraag betrekking heeft? Resulteert het toevoegen van definities in meer groei in woordenschat waarop de uitleg in de definitie betrekking heeft? Resulteert het toevoegen van definities in meer groei in woordenschat in vergelijking met het toevoegen van meerkeuzevragen? Zijn definities de meest effectieve vorm van uitleg, omdat ze het verhaal minder onderbreken dan meerkeuzevragen?

Conclusie

De woordenschat neemt bij alle kinderen aanzienlijk toe na het herhaald lezen van een serie digitale verhalen. Kinderen die bij aanvang een grotere woordenschat hebben, leren vijf woorden meer dan kinderen met minder woordkennis. De manier van aanbieden (met statische illustraties of met video-effecten) heeft nauwelijks invloed op de winst in boekgebonden woordenschat.

Verhalen met geanimeerde video-effecten zijn een waardevolle toevoeging aan een digitaal prentenboek voor kinderen met het hoogste taalniveau. Bij hen bevorderen geanimeerde beelden van gebeurtenissen de woordenschat.

In de groep met het laagste taalniveau (kinderen met een kleinere woordenschat) is er geen verschil. Zij leren evenveel woorden van statische en geanimeerde prentenboeken.

Woorden worden in levende digitale boeken even goed geleerd met of zonder meerkeuzevragen. In statische digitale boeken worden meer woorden geleerd aan de hand van vragen. Kinderen met een grotere woordenschat leren even goed met of zonder definities. Kinderen met minder woordkennis profiteren wel van de extra uitleg in de definities. Algemeen wordt de groei in woordenschat meer bevorderd door definities dan door meerkeuzevragen.

De auteurs sluiten aan bij andere auteurs die stellen dat definities de verhaallijn minder verstoren dan meerkeuzevragen. De onderbreking is niet alleen korter maar ook kernachtiger: het woord of de zin wordt herhaald of uitgelegd.


De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit 2009 zijn geschreven door Emmelien Merchie, Hilde Van Keer en Johan van Braak. De eindredactie is uitgevoerd door Hilde Van Keer en Johan van Braak.