Woordenschatwijzer

Uit woorden.wiki.kennisnet.nl
Ga naar: navigatie, zoeken

Woordenschatwijzer (groepen 3 t/m 8)

Benodigdheden

  • Woordenschatwijzer (uitbeelden, verboden woord, omschrijving, viervragenspel, tekenen, liplezen/neurien)
  • Woorden zichtbaar in de klas, of in een woordenschatboekje

Voorwaarden

  • De woorden op het bord moeten al zijn uitgelegd aan de leerlingen.
  • De woorden zijn zichtbaar in de klas aanwezig

Uitleg spel

De leerkracht/leerling draait aan de woordenschatwijzer. De wijzer wijst één van de zes onderdelen aan. De leerlingen werken met hun schoudermaatje. Een leerling kiest een woord uit de woordenlijst. Het woord moet duidelijk worden gemaakt aan hun schoudermaatje op de manier die de woordenschatwijzer aanwijst.

Uitleg opdrachten

  • Uitbeelden: De leerlingen beelden het woord met hun lichaamstaal uit.
  • Verboden woord: De leerlingen vertellen over het woord. Ze mogen het woord zelf niet noemen en verwante woorden ook niet.
  • Omschrijving: De leerlingen geven een omschrijving van het woord.
  • Viervragenspel: Het schoudermaatje moet er in viervragen achter zien te komen welk woord de leerling in gedachten heeft.
  • Tekenen: De leerling tekent het woord voor het schoudermaatje. Deze probeert het woord te raden
  • Liplezen/neurien: De leerling mag zelf weten welke vorm hij kiest. Hij neuriet het woord of zegt het woord zonder geluid. Het schoudermaatje moet dan liplezen.

Varianten

  • Klassikaal
  • Binnen/buiten kring
  • Tweepraat