Basiswoorden groep 2 uitbreiding

Uit woorden.wiki.kennisnet.nl
Ga naar: navigatie, zoeken


Deze woorden komen uit "De Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters" afgekort BAK




Ze vormen het fundament voor de opbouw van de woordenschat. Het gaat hier om de meest frequente woorden, woorden die zeer vaak gebruikt worden in de kleutergroepen, door leerkrachten, in boekjes en door Nederlandstalige kleuters. Deze woorden zijn frequent en algemeen, ze hebben een brede spreiding, dat wil zeggen dat ze in veel verschillende contexten en situaties voorkomen.


Terug naar:


A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z


A

achterdeur, achterin, achterlicht, achternaam, achterover, afdrogen, afgooien, aflikken, afrekenen, afscheuren, afsnijden, afspoelen, afstempelen, afvoer, afvragen, afwas, afwasborstel, allereerste, allerlaatste, ananas, anderhalf, angstig, appelboom, appeltaart,

B

bacterie, barbecue, basisschool, behang, beleefd zijn, bellen blazen, berg (stapel), bes, beschuitje, beste, bestek, bestellen, beukennootje, bever, bibliotheek, bietjes, bij (insect), bijl, bioscoop, blaten, bloedneus, bloembol, boksen, bolhoed, bom, boodschappenlijstje, boomstam, box, brommen, broodtrommel, brullen, buis, buitendeur, buitenkomen, buitenspelen, bult, bureau (schrijftafel), burgemeester,

C

champignon, cirkel, clownspak, club, conducteur,

D

dal, delen, dolfijn, dooien, duif, dweilen,

E

eergisteren, erom, everzwijn, expres,

F

flauwekul, fietspomp, flipperkast, fluitketel, foppen, fruitschaal,

G

gebak, geeuwen, gemak (makkelijk), gevoelens, geweer, goochelaar, goochelen, goudvis, grazen, greppel, groente, groenteman, groepje van drie, gulp,

H

helder, helm, hengel, het hangt ervan af, heuvel, hinniken, hobbelpaard, hondenpoep, honing, hoofddoek, hoofdletter, horen (ww. norm), hotel, hup, hurken, hyacint,

I

ijsschots, indianenpak, indianentooi, indoen, indrukken, inhouden (adem), inladen, inslikken,

J

K

kaart (ticket), kameleon, kampioen, kanarie, kangoeroe, kanon, kap (de), kapitein, karwei, kassabon, kegel, kennis (persoon), ketel, ketting (keten), kikkervis, kikvors, kinderwagen, kippenvel, kippenvlees, klapperen, klauteren, kleermakerszit, kleine letter, kletskous, klikken, klomp, kloppen (slaan), klosje (garen), knallen, knecht, kneden (klei), kniekous, knijper, knip (knippen), knoopsgat, koekoek, koel, kok, komkommer, konijnenhok, Koninginnedag, koorts, kraam, kralenplank, kudde, kunst (prestatie),

L

landen (ww), lantaarnpaal, lasso, later, leegdrinken, leesboek, leg, lekken, letter, lezen, licht (straling), lichtblauw, lichtgroen, lief vinden, liegen, lijn, lint, losmaken, luciferhoutje, luiaard,

M

matroos, medaille, meebrengen, meegeven, meekomen, meerijden, meestal, meeste, meeuw, melktand, mesthoop, met grote ogen, met z’n drieën, met z’n tweeën, metrostation, metselaar, meubels, middageten, miljonair, mini, minste, mislukken, missen (niet raak), missen (ontbreken), mobieltje, molen, mop (grap), moskee, muisgrijs, museum, muzikant,

N

nachtmerrie, nagellak, najaar, nakijken (oog), namelijk, natekenen, natuur, navel, navertellen, negende, net (visnet), neuriën, neusdruppels, neushoorn, nijlpaard, nul, nummer,

O

oever, offerfeest, oliebol, omdoen, omgaan met elkaar, omheen, omhooghouden, omkijken (over de, schouder), omstebeurt, omwaaien, onaardig, onderzoek, onderzoeken, ongerust, onhoorbaar, onlangs, onthouden, opblijven, ophalen (schouders), opmaken (opeten), opnemen (muziek), opnoemen, oprollen, opschuiven, optocht, optreden, opvreten, opwinden (zich), opzetten (tent), overmorgen, overnieuw, overtekenen, overtrekken,

P

paleis, paprika, pauze, per (per dag), per bus, per ongeluk, perenboom, pianospelen, pijp roken, pikken (vogels), pin, pinnen, piraat, pitten (fornuis), plan, plat dak, pluim (veer), pluis, podium, postzegel, ]], [[prikbord, prikkeldraad, pruik, pudding, puffen, puntdak,

Q

R

raad (advies), ramadan, rammen, rapen, ravijn, razen, rechtop, reep (papier), regel, regelen, regenbui, regenlaarzen, regenpijp, regenwater, reisbureau, rek, riet (plant), rijgen, rinkelen, rit, ritselen, rol (cilinder), roltrap, roos, rots, rottig, rotzooi, ruit (glas), rukken,

S

scharrelen, schateren, schatrijk, schatten, schild, schipper, schok (beweging), schoolbord, schooldokter, schoolkrant, schoolplein, schoolreisje, schrijven, schrokken, schutting, seconde, servies, shirt, sip, sissen, ski, skiën, slagtand, slakkenhuis, slang (buis), sleutelgat, sleutelhanger, slurf, smak, smakken, smeken, snackbar, sneeuwballen gooien, sneeuwvlok, snikken, snorhaar, spellen, staren, steeg, steil, stekel, steken (prikken), stijf, stijgen, stinkdier, stoeien, stoelpoot, stof (kleding), storten (gooien), straal (water), straf, streek, strijken, strikken, stripboek, strippenkaart, stro, struik, stuiven, suikerklontje, suikerpot,

T

tachtig, tandarts, tegel, tegenaan, tegenover, tekenfilm, tel, tennis, terugleggen, titel, tocht, toe (komaan), toetje, toiletpapier, toilettas, toneel spelen, trakteren, trampoline, trapleuning, trappen, trapper, trippelen, troebel, trompet, tuinslang, turen, tussendoor, twee aan twee,

U

ui, uiterlijk, uitgerust, uitleggen, uitmaken (belang), uitroepen, uitwringen, uitzoeken,

V

vals (boosaardig), veer, vent, verbazing, verdieping, vergeet-me-nietje, vergrootglas, verhuiswagen, verhuizen, verjagen, verkeer, verkeersbord, verklappen, verkleden, verlaten, vers, verschijnen, verschil, verslijten, verstandig, verte, vervoeren, vervoermiddel, verwend, verzorgen, via, vleugel, voeten vegen, vogelkooi, vogelverschrikker, volgen (begrijpen), volgorde, voor schut staan, voorbank, voordoen, voordringen, voorjaar, voorkant, voorlicht, voorlopig, voornaam, voorover, voorpoot, voorstellen, voorstelling (film), voortaan, voorzeggen, vrachtwagen, vreemde, vreselijk, vriendelijk, vuurwerk,

W

walvis, wapperen, waterkant, waterleiding, waterpistool, web, wegbrengen, weggaan, weglopen, weide, wesp, wielrenner, winkeljuffrouw, wonder, woord, woordblad, woordenboek, worm,

X

Y

Z

zadel, zagen, zakken (ww naar beneden), zaklopen, zalf, zalig, zeilboot, zeilen, zuurkool, zwaargewicht